De ZZP’er met schulden, wat doen we eraan?

In een artikel in de Volkskrant d.d. 23 januari jl. onder de titel “Zelfstandige zonder schuldhulp” wordt duidelijk gemaakt hoe moeilijk het is voor een zelfstandige om bij een schuldenproblematiek gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Veel gemeenten, maar ook bewindvoerderskantoren, weren deze zelfstandigen.
De Wet gemeentelijke schuldhulpverlening sluit op zich minnelijke schuldhulp voor zelfstandigen niet uit. Naar mijn idee vinden gemeenten het lastig omdat het maandelijks onzeker is wat de inkomsten zijn en of dus alle vaste lasten kunnen worden betaald. Dit verhoudt zich naar hun oordeel niet met de stabilisatiefase die tijdens het minnelijk proces aan de orde moet zijn.

Ondergetekende neemt wel zelfstandigen met een schuldenproblematiek aan. Aan de hand van een inventarisatie wordt bekeken welk traject voor betrokkene het meest passend is. Soms is dat onderbewindstelling en soms kan met budgetbeheer en -coaching veel worden bereikt.
Grofweg zijn er voor cliënten een drietal oplossingsrichtingen:
1. Als er sprake is van een levensvatbaar bedrijf en de schulden zijn niet al te problematisch wordt de client begeleid naar de BBZ voor een uitkering en saneringskrediet. In dat geval wordt door mij een realistische saneringskredietvraag opgesteld.
2. Als het bedrijf niet levensvatbaar wordt geacht en de schuldenlast te groot, dan wordt client geadviseerd het bedrijf uit te schrijven uit het Handelsregister, een aanvraag op grond van de Participatiewet in te dienen en aanmelding voor minnelijke schuldhulp;
3. In afwijking van punt 2 wordt in een enkel geval gekozen voor een faillissementsaanvraag en bij opheffing van het faillissement wegens gebrek aan baten, een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsanering.
Ten aanzien van de zelfstandig ondernemers die zich bij mij hebben gemeld is alle gevallen gekozen voor een onderbewindstelling. Bij een ondernemer is na analyse gekozen voor een aanvraag voor een bedrijfskrediet en een tijdelijke Bbz-uitkering. Voor de overige zelfstandigen is gekozen voor bedrijfsbeëindiging en aanmelding bij de gemeente voor een uitkering op grond van de Participatiewet een aanmelding voor schuldbemiddeling. Na afronding van het minnelijk en – eventueel – wettelijk traject staat het hen weer vrij om een onderneming op te starten. In dat laatste geval wordt ondersteuning verleend voor een realistisch ondernemersplan.
Mijns inziens is het dus helemaal niet zo moeilijk om zelfstandig ondernemers met schulden te helpen mits je bereid bent om er tijd en aandacht in te steken. Er moet sprake zijn van maatwerk en dat kost tijd en energie. Uitgaande van beschermingsbewind worden al die uren niet altijd vergoed, maar we zijn er als bewindvoerders wel voor om mensen te helpen en ZZP’ers zijn ook mensen!
Gezien de politieke aandacht voor de schuldenproblematiek vind ik dat ook goed moet worden gekeken naar de doelgroep van zelfstandig ondernemers met schulden. Zo nodig moet voor deze doelgroep binnen het wettelijk kader een ander traject ontwikkeld.