Zou de overheid iets leren van het rapport van de Nationale Ombudsman?

In februari bracht de Nationale Ombudsman wederom een rapport uit over de invordering van schulden door de overheid. In het rapport wordt vastgesteld dat de overheid nog te veel vanuit zijn eigen kaders werkt en te weinig oog heeft voor het perspectief van mensen met schulden, waardoor deze nog verder in de problemen komen. De verantwoordelijk Staatssecretaris heeft het rapport omarmt en gezegd dat ze er mee aan de slag gaat. Wanneer is niet bekend en mijn angst is dat we eerst weer een onderzoek krijgen, waar vervolgens niets mee gedaan wordt. Toch zou het heel fijn zijn als er op dit vlak iets gaat gebeuren want nu werkt het niet echt, zoals uit onderstaande casus mag blijken.
Een klant van mij heeft een aantal jaren geleden de kinderopvangtoeslag te lang laten doorlopen waardoor er een schuld van ca. 25.000 is ontstaan. In 2014 is haar een betalingsregeling aangeboden op basis van de leidraad invordering, wat betekent dat de schuld in maximaal 36 maanden moet worden betaald. Dat zou betekenen gedurende een periode van 36 maanden een maandelijkse aflossing van ca. 1140. Met een bijstandsuitkering niet haalbaar, dus is van de betalingsregeling geen gebruik gemaakt.
Zij heeft zich in 2015 aangemeld voor een minnelijk traject en in dat kader een eigen verklaring opgesteld, waarbij wordt uitgelegd hoe de schuld heeft kunnen ontstaan. Omdat de zelfredzaamheid op dat moment nog goed was ontwikkeld is beschermingsbewind aangevraagd en toegekend.
Ik heb de afgelopen jaren vrijwel alle schulden kunnen saneren en er zijn geen nieuwe schulden ontstaan. Omdat de Belastingdienst niet wilde meewerken aan het minnelijk traject zou voor deze schuld een wettelijk schuldsaneringstraject moeten worden opgestart. Alvorens dat te overwegen heb ik een poging gewaagd om toch een minnelijke oplossing te bewerkstelligen.
Allereerst heb ik vastgesteld dat een volledige terugbetaling op basis van de afloscapaciteit te lang gaat duren. Daarnaast is er vanwege de beslagvrije voet voor de Belastingdienst geen mogelijkheid om een overheidsvordering te doen. In het kader van een wettelijk traject zouden zij ook maar een deel van de vordering terugkrijgen.
Alles overziende heb ik, op basis van de afloscapaciteit, voorgesteld een regeling ad 200 per maand gedurende 36 maanden. Deze is afgewezen omdat betrokkene in 2014 de door de Belastingdienst voorgestelde betalingsregeling heeft afgewezen en betrokkene bovendien niet te goeder trouw is ten aanzien van deze vordering.
Ik heb tegen deze beschikking bezwaar gemaakt met als eerste reden dat betrokkene door de onderbewindstelling een gedragsverandering heeft doorgemaakt. Schulden zijn afgelost en nieuwe zijn niet ontstaan. Door de vordering te handhaven, die op deze manier niet gaat verdwijnen, kan betrokkene niet actief worden op de arbeidsmarkt omdat haar kinderen niet naar de opvang kunnen.
Op deze manier blijven we dus in een cirkel achter elkaar aanlopen. De Belastingdienst kan niet invorderen, betrokkene kan niet naar de arbeidsmarkt om haar inkomenspositie te verbeteren en uit de uitkering te komen. Kortom alleen maar verliezers!