Omzien in verwondering

Er wordt de laatste tijd veel geschreven en gesproken over het toenemend aantal schulden en de vraag wat daaraan te doen.  Zaken zoals vereenvoudiging van de beslagvrije voet, adempauze voor schuldenaren, herijking van de schuldhulpverlening, het komt allemaal voorbij en is goed bedoeld maar zal naar mijn mening niet leiden tot de gewenste uitkomst.

Een schuldenaar die hulp zoekt om tot een sanering van schulden te komen moet beschikken over de juiste instelling om zo’n proces met kans op succes te laten plaatsvinden. Iemand die bereid is om een aantal jaren binnen een zeer strak financieel kader te leven en zich daaraan ondergeschikt te maken heeft een kans om weer zelf financieel zelfredzaam te worden en in de toekomst geen nieuwe schulden meer te maken. Degene die aan zo’n proces begint en denkt dat alles bij het oude blijft zal het niet halen. Ik heb in mijn eigen praktijk een aantal mensen met de juiste instelling. Daar zie je dat na een aantal maanden financiële stabilisatie optreedt, achterstanden bij huur en energielasten kunnen worden weggewerkt en klaar zijn om het schuldhulpproces binnen te treden. Zij gaan het ook redden en kunnen na afloop weer op eigen benen staan. Daarentegen zijn er ook die vrijwillig onder bewind gaan maar zich niet realiseren wat de consequenties daarvan zijn en nog steeds last hebben van een soort van geldverslindende honger naar geld voor zaken die niet altijd van even groot belang zijn.

Ik ben van mening dat van eenieder die van zijn schulden af wil, deze zelf niet kan aflossen en dus een beroep doet op de samenleving om de kosten van die schulden te dragen, bereid en gemotiveerd moet zijn om in een bepaalde periode van zijn leven binnen een strak kader te leven. Ben je daartoe niet bereid dan kan de samenleving in mijn ogen weinig voor je doen.

Ik heb nu ruim een jaar een bewindvoerderspraktijk en ik moet zeggen dat het bij tijd en wijle wel omzien in verwondering is. Dagelijks wordt je geconfronteerd met situaties waarvan ik niet had kunnen bevroeden dat zij zich zouden voordoen. Een aantal voorbeelden ter illustratie.

Een cliënt belt mij met de vraag of ik met de hond naar de dierenarts kan gaan. Op mijn opmerking dat dit niet mijn taak is krijg ik het antwoord dat ik de bewindvoerder ben en de hond ook onder het bewind valt. Bij een dreigende huisuitzetting doe ik op verzoek van de deurwaarder een onderbouwd betalingsvoorstel om de huurachterstand binnen maximaal twee jaar op te lossen waarbij dus 100% van de vordering, kosten en rente wordt betaald. Het voorstel wordt afgewezen op basis van het feit dat de deurwaarder 50% ineens wil en het restant in maximaal een jaar. Op basis van de stukken die ik heb gestuurd een onmogelijke opgave. Na afwijzing van het betalingsvoorstel wordt een verzoek voor een moratorium ingediend en de ontruiming is even van de baan. De rechter zal nog moeten oordelen of het gevraagde moratorium wordt gehonoreerd. Indien het geval zal dit in de praktijk gaan betekenen dat van de oorspronkelijke vordering inclusief kosten en rente in de minnelijke schuldhulp dan wel wettelijke schuldsanering misschien maar 20% van de vordering wordt geïncasseerd, terwijl 100% mogelijk was op basis van het betalingsvoorstel.

 

In een andere bijdrage heb ik weleens gewag gemaakt van communicatief wangedrag tussen schuldenaren en schuldeisers. Het blijft opvallend hoe schuldenaar en schuldeiser langs elkaar heen blijven praten. De schuldenaar blijft zwijgen en de schuldeiser blijft brieven sturen met steeds oplopende kosten. Overleg met elkaar zou in een groot aantal gevallen kunnen leiden tot een oplossing.