Nieuwe opzet schuldhulpverlening

De commissie Sociale Zaken van de Tweede Kamer heeft het initiatief genomen om een discussie op te starten over de schuldenproblematiek en nodigt daarbij eenieder uit om te reageren. Van die gelegenheid heb ik gebruik gemaakt en daarbij heb ik een nieuwe opzet voor schuldhulpverlening bepleit, die ik onderstaand nader toelicht.

Het aantal mensen dat jaarlijks onder beschermingsbewind komt groeit nog steeds. Veel van die mensen hebben onvoldoende inkomen en voor de kosten van bewindvoering wordt dan een beroep gedaan op bijzondere bijstand.

Gemeenten en de koepelorganisatie VNG klagen al geruime tijd over de explosieve stijging van het budget voor bijzondere bijstand vanwege de bewindvoering. Een aantal gemeenten is bezig om zelf bewindvoering aan te gaan bieden. Los van de vraag of dit is geoorloofd in het kader van de Wet markt en overheid en de vraag of de gemeente daadwerkelijk bespaart, is dit niet de oplossing. De kosten van bijzondere bijstand dalen wellicht maar de kosten voor extra personeel stijgen. Per saldo zal de financiële huishouding van de gemeente niet beter af zijn.

Op basis van de huidige bepalingen in boek 1 van het Burgerlijk Wetboek kan beschermingsbewind aangevraagd worden op basis van – grofweg – twee gronden:

  1. Een fysieke- of geestelijke beperking;
  2. Bij verkwisting en/of het hebben van – problematische – schulden.

De regelgeving m.b.t. een aanvraag voor bewind als bedoeld onder 1 zou ik ongewijzigd willen laten. Ten aanzien van de tweede rechtsgrond zou ik willen voorstellen dat dit alleen door een gemeente kan worden aangevraagd.

In een nieuwe opzet voor schuldhulpverlening wordt de gemeente het centrale punt. Mensen met schulden die een oplossing daarvoor willen moeten dus naar gemeente. Zij kunnen niet meer zelf beschermingsbewind vragen en doen van een beroep op een particuliere schuldhulpverlener kan alleen nog als deze laatste ook zelf het bemiddelingstraject doet.

Voor mensen met een schuldenlast tot maximaal € 10.000,00 en die hun administratie redelijk op orde hebben zorgt de gemeente dat een schuldbemiddelingsproces op gang komt, waarbij de gemeente desgewenst de klant ondersteunt in het aanleveren van de gevraagde documenten.

Bij schulden boven € 10.000,00 en het niet op orde hebben van de administratie verzoekt de gemeente de Kantonrechter om naar analogie van de Faillissementswet (Wsnp) om een schuldenbewindvoerder voor de schuldenaar te benoemen. Deze schuldenbewindvoerder wordt betaald naar analogie van de Wsnp. Daarbij dient een ander tariefstelsel voor de bewindvoerder te worden opgebouwd.

De schuldenbewindvoerder krijgt tot taak in maximaal drie maanden het schuldendossier op orde te hebben, financiële stabiliteit te hebben gerealiseerd en alle zaken aan te leveren die voor de schuldbemiddeling relevant zijn. Na inlevering van het dossier moet de gemeente binnen maximaal twee maanden het minnelijk traject opstarten met de schuldeisers.

Komt er een akkoord met de schuldeisers dan zorgt de schuldenbewindvoerder ervoor dat alle afspraken worden nagekomen en dat aan het einde de schuldeisers het afgesproken deel krijgen.

Komt er geen minnelijk traject dan wordt op basis van de geldende regels van de Wsnp een verzoekschrift bij de rechtbank ingediend. De inwilliging van het verzoek komt er een tweede schuldenbewindvoerder, t.w. voor de schuldeisers.

Op deze manier zou je het probleem van de stijgende kosten van bijzondere bijstand kunnen beteugelen en een beter en sneller resultaat voor de schuldbemiddeling.