Kosten schuldhulp rijzen de pan uit

Aldus een artikel in Binnenlands Bestuur d.d. 12 februari jl. waarbij de conclusie is dat nieuw beschermingsbewind het armoedebeleid van gemeenten frustreert omdat gemeenten zich blauw betalen aan bijzondere bijstand vanwege een explosie van het aantal inwoners met schulden dat onder beschermingsbewind wordt geplaatst. Het is inderdaad een feit dat de groep van mensen met problematische schulden nog steeds groeiende is. Enerzijds veroorzaakt door het toenemend consumentisme voor de economische crisis, de economische crisis zelf, werkloosheid en verslaving. De ondertoon in het artikel dat bewindvoerders als het ware adverteren met de boodschap van: “Kom bij mij onder bewind, de 2e voor de halve prijs” is niet alleen misplaatst maar ook feitelijk onjuist. Het zijn niet de bewindvoerders die de oorzaak zijn van de toename van beschermingsbewind maar de mensen zelf en de rechtelijke macht die verzoeken tot onderbewindstelling honoreren. Voorts wordt gerefereerd aan de kwaliteitseisen voor bewindvoerders, die vanaf 1 april a.s. gaan gelden, en die oorzaak zouden zijn dat bewindvoerders hun tarieven met gemiddeld 20% hebben verhoogd. Wederom een misvatting. De tarieven voor bewindvoerders worden vastgesteld door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en zijn per cliënt vastgesteld op 17 uur per jaar, bij een meerpersoonshuishouden komt daar 17 uur bij maar krijgt een bewindvoerder 60% van 17 uur + 17 uur. Indien sprake is van een schuldensituatie komt daar 22 uur en bij meerpersoonshuishoudens is de berekening wederom 60% van 22 uur+22 uur. Het is inderdaad correct dat de kosten van bewind meestal niet op de cliënt kunnen worden verhaald en dat een beroep wordt gedaan op bijzondere bijstand. Dat door de stijging van het aantal beschermingsbewinden de uitgaven van gemeenten fors stijgen is correct maar dat bewindvoerders te verwijten is nonsens. Een volgend verwijt richting de bewindvoerders is dat in het algemeen beschermingsbewind te lang doorloopt. Het antwoord op de vraag hoe lang een beschermingsbewind moet duren wordt gegeven door de rechter. Ik sluit niet uit dat er bewindvoerders zijn die vanuit eigen belang niet al te enthousiast zullen bepleiten dat het bewind kan worden opgeheven maar aan de andere kant kan een rechter op basis van de jaarlijkse rekening en verantwoording, die een bewindvoerder moet opstellen, zelf een afweging maken of bewind al dan niet langer noodzakelijk is. In een motie heeft de Tweede Kamer bij de verantwoordelijk Staatssecretaris bepleit om de wet zodanig te herzien dat rechters in het geval van een verzoek om beschermingsbewind bij problematische schulden eerst advies vragen bij gemeenten. Een in mijn ogen vreemde motie die zich slecht verhoudt met de trias politica, de scheiding der machten, omdat daardoor de onafhankelijkheid van de rechtelijke macht kan worden aangetast. De Staatssecretaris komt dit najaar met een evaluatie van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en zal bij die gelegenheid, naar ik aanneem, ook reageren op de motie. Zoals eerder opgemerkt is het beroep van bewindvoerder thans een vrij beroep. Iedereen kan op dit moment bewindvoerder worden. Dat gaat, zoals opgemerkt, per 1 april a.s. veranderen omdat er wettelijke kwaliteitseisen gaan gelden. Op dat moment wordt het kaf van het koren gescheiden. Of dat direct gaat leiden tot een kwaliteitsverbetering moet worden afgewacht omdat een bewindvoerder die voldoet aan de kwaliteitseisen evengoed een slecht bewindvoerder voor zijn cliënt kan zijn. In een recente uitzending van het programma “De Monitor” hebben we kennis kunnen maken met voorbeelden van slecht bewind. Dat gemeenten een mogelijkheid krijgen om in gevallen van slecht bewind een procedure bij de rechter te starten om de bewindvoerder van zijn of haar taak te ontheffen zou ik mij kunnen voorstellen. Een betere methode vind ik dat bewindvoerders en de lokale overheid beter met elkaar gaan samenwerken en veel meer inzetten op preventie in de sfeer van budgetcoaching. Budgetcoaching wordt vaak pas ingezet als sprake is van problematische schulden. Naar mijn mening moet al in een stadium dat sprake is van een moeizame financiële situatie, zonder dat er al schulden zijn, ingezet worden coaching waardoor mensen leren beter om te gaan met hun financiën en ook meer gebruik gaan maken van voorliggende voorzieningen. Uit het rapport “Geld op de plank” van het SCP blijkt dat er sprake van veel “niet gebruik” van voorliggende voorzieningen. Oorzaak daarvan liggen in het gebrek aan voorlichting en de ingewikkeldheid van de regelgeving. Conclusie van het verhaal is dat de kosten voor schuldhulp inderdaad de pan uit rijzen maar het wel erg eenzijdig en onjuist is om daarvoor bewindvoerders verantwoordelijk te stellen. Immers bewindvoerders leggen geen bewind op dat doet de rechter. Meer samenwerking tussen lokale overheid en bewindvoerders, in een rol als budgetcoach, is dringend gewenst om meer preventief te gaan optreden zodat – wellicht – een problematische schuldensituatie kan worden voorkomen. Ik sta daar als bewindvoerder zeer open voor. Mijn doelstelling is niet mijn eigen portemonnee maar die van de burger.